De constatering dat Liechtenstein, gewrongen tussen Zwitserland en Oostenrijk, één van de minst bezochte landen van Europa zou zijn, konden wij niet zomaar links laten liggen. Travel Like A Pro reporter stond, met dank aan het pünktliche Swiss railsystem, heel snel in ’s lands hoofdstad Vaduz, ideale uitvalsbasis voor een 48 uren durende kennismaking met het sympathieke vorstendom.
De basisdata vertellen al een en ander: op goed 160 vierkante kilometer leven bijna 40.000 Liechtensteiner in een parlementaire democratie met een vorst als staatshoofd. Prins Hans Adam II is formeel de gezagsdrager, maar in 2004 heeft hij zijn bevoegdheden overgedragen aan erfprins Alois. Het paleis van de vorstelijke familie torent uit boven de stad, geldt beslist als een van de bezienswaardigheden maar kan je toch niet bezoeken. Wie toch de klim omhoog waagt: je wordt beloond met fijne vergezichten over de vallei van de Oude Rijn -die vormt de grens met Zwitserland in het westen, aan de oostzijde moet je de bergen over om in Oostenrijk te belanden.
Oorsprong
In dat oosten liggen ook de roots van het vorstenhuis, leren we in het Landesmuseum. Burg Liechtenstein is een kasteel ten zuiden van Wenen, en de lokale heren duiken er ook op vanaf de 12e eeuw. Afstammelingen van die edelen zullen op het eind van de 17e en begin 18e eeuw gebieden rond Vaduz kopen die zullen uitgroeien tot het vorstendom Liechtenstein.
Geprangd tussen de twee grote buurstaten zal het vorstendom tot na Wereldoorlog I nauw aanleunen bij de Oostenrijkse buren. Sedertdien heeft Liechtenstein die band ingeruild voor een economisch-monetaire unie met Zwitserland. De Zwitserse frank is hier trouwens het lokale betaalmiddel, net zoals je hier met je Zwitserse vervoerspas kan rondreizen.
Niet dat Liechtenstein zo groot is, hoor: een kleine dertig kilometer scheiden de noord- en zuidgrens van Liechenstein. De in totaal elf gemeenten ten lande bulken niet meteen van toeristische toppers -behoudens de hoofdstad Vaduz en de gemeente met de meeste inwoners, Schaan. Daarover verder meer.
Wandelen in bergpanorama’s
“De meteo ziet er vandaag goed uit,” oppert marketingverantwoordelijke Claudia Agnolazza tijdens onze ontmoeting. “Ik denk dat je best richting Malbun gaat, dan kan je optimaal van het bergpanorama profiteren.” Het gaat flink omhoog: de bus klimt van circa 450 meter hoogtemeters in de vallei richting Triesenberg en Malbun naar 1600 meter -en dan wacht ons nog een kabellift die ons over de top naar Sareiserjoch en het panoramisch terras op 2000 meter brengt.
Daar kijken we uit op een wonderlijk decor: beneden temidden van brede weiden liggen enkele boerderijen gedrappeerd, op ooghoogte kijken we uit over zonovergoten Alpencols zoals Augstenberg en Gamsgrat, beide forse tweeduizenders die de landsgrens met buurland Oostenrijk vormen. De meeste gasten op het terras laten zich de zonnestralen welgevallen, het is hier inderdaad zalig.
Maar we waren gekomen om het wandelpotentieel te testen. In en rond Malbun is een afzonderlijk stukje van de Liechtensteiner Weg uitgetekend. Dat meerdaags wandeltracé doorkruist het ganse vorstendom, passeert dus langs alle gemeenten en is zo’n 75 km lang. Het gros van deze wandelweg laveert door het dal en voorgebergte langs de elf gemeenten, zonder veel inspannende hoogtemeters. “Daar kunnen we ook bagage-nabrengservice organiseren,” klinkt het bij de toeristische dienst. Enkel in en rond Malbun wandel je dus langs hogergelegen Alpencols.
Dit betekent niet dat je geen uitdagende wandelingen kan uittekenen in Liechtenstein. Onder de noemer ‘zware wandelingen’ kan je bijvoorbeeld over de Furstin-Gina-Weg op de grens van Liechtenstein en Oostenrijk gaan stappen, inclusief overnachtingen in alpenhutten: Route 66 heeft men die panoramawandeling gedoopt! Of je kan richting de grens met Zwitserland waar Alpenpieken van iets meer dan 2500 meter (Falknis) wachten.
Van groene skipistes tot Alpenkoeien
Wij houden het bescheiden door vanaf het Sareiserjoch-terras een eind de vorstelijke wandelweg te volgen. Het pad wandelt vlot, helt licht, maar biedt vooral om de haverklap feeërieke fotomomentjes. De staalblauwe hemel is echt een onverwacht pluspunt, dus proberen we zo intens mogelijk te genieten van dit toch wel spectaculaire decor temidden van (nu nog groene) skipistes.
Malbun geldt als het skidorp in Liechtenstein. Hier vind je goed 20 km skipistes en vijf skiliften, ideaal voor gezinnen en families, klinkt het. Wie meer uitdagende ski-ervaringen zoekt, focust beter op andere bestemmingen. “Eigenlijk heb je meer mogelijkheden in de zomer, dan kan je hier uitgebreid wandelen.” We zijn alvast gecharmeerd door onze eerste kennismaking met de Liechtensteiner Berge…

Zozeer zelfs dat we de volgende ochtend opnieuw de wandelschoenen aanbinden en vanuit Triesenberg in het middengebergte door veld en bos richting Vaduz wil wandelen. Na enkele hectometers laten we de typische Alpenwoningen achter ons en wordt de stilte enkel nog doorbroken door koeien en geiten wier alpenbellen over de weiden galmen.
Het contrast met een etmaal geleden is trouwens frappant: gisteren baadde de Rijnvallei in een najaarszonnetje, vandaag zijn de vallei en bergtoppen omhuld door een mistgordijn.
Het illustreert hoe snel het weer in een bergklimaat kan veranderen! Maar goed, het regent niet, de omgeving is landelijk-idyllisch en krijgt door de mistflarden ook een wat mysterieus karakter. En de Liechtensteiner Weg laat zich wandelen, door fraaie loofbossen, langs een oude kasteelruïne, tot we de uiteinders van de hoofdstad in de verte beneden weer zien opduiken.
Schakelen naar slow tourism
Dat het Liechtenstein toerisme in eerste instantie inzet op wandelen als vorm van actief toerisme is niet onlogisch. Bovenstaande lijnen en een blik op de landkaart van het vorstendom maken duidelijk dat de geografie fietsers hier niet meteen verwent. Het gaat, behoudens in de vallei langs de Rijn, omhoog, flink en fors. Dat kan geoefende berggeiten op een stalen ros misschien aanspreken, maar zelf hebben we tijdens ons korte verblijf niet meteen fietsers gezien, zeker niet in de hogergelegen dorpen. Dit gezegd zijnde: het terrein biedt mountainbikers zeker een aantal leuke uitdagingen in het middengebergte.
Langsheen de Rijn daarentegen is het aangenaam peddelen voor de vrijetijdsfietser/locals die de woonwerkverkeerfiles willen omzeilen. Files? Tot onze verbazing stonden op de spitsuren gastarbeiders uit vooral Zwitserland aan te schuiven richting hun heimat. De grens is hier overigens een relatief gegeven. Ook diverse buslijnen hebben eindbestemmingen in Zwitserland.
Met zo’n 40.000 inwoners biedt Liechtenstein bovenal gemoedelijkheid. Zelfs al ben je geneigd om veel te doen en te gaan bekijken, het openbare leven valt hier na de kantooruren een beetje stil. Zo word je automatisch verplicht om een of meerdere versnellingen lager te schakelen en slow tourism te praktiseren. Rustig en gezellig tafelen of een glas gaan drinken en genieten: die levenskunst verstaan ze hier perfect. Wel verbazingwekkend: in diverse volkskroegen maalt niemand erom als je een sigaret opsteekt. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat we in een horecazaak nog nicotinegeur hebben opgesnoven.
Kwalitatieve gasten
De busladingen Chinese en Oekraïense bezoekers, die hier polshoogte komen nemen, zullen om dat laatste niet malen. Het gros van de toeristen komt echter uit de buurlanden, krijgen we te horen. “40% van onze gasten komt uit Zwitserland, nog eens 20% zijn Duitsers. De Benelux en de VS zijn elk goed voor zo’n 5% van onze bezoekers. In totaal hadden we afgelopen jaar 135.000 buitenlandse bezoekers en 220.000 overnachtingen. We mikken niet per se op meer gasten, wel op kwaliteitsvolle gasten,” dixit mevrouw Agnolazza. Ze voegt daar nog aan toe “dat men recent vanuit uw land Liechtenstein als busbestemming is beginnen aanbieden.”
Het culinaire aanbod hier ten lande kenmerkt zich, zeker als je de traditionele gerechten en specialiteiten onder de loep neemt, vooral door een hartige boerenkeuken: van gerstensoep tot tal van ovengerechten die ook zuiderse invloeden verraden. Dat mag niet echt verwonderen: landbouw is in Liechtenstein nog een belangrijke economische sector, en koeien kom je als wandelaar beslist tegen.
Dit gezegd zijnde, her en der vind je ook buitenlandse keukens, van Italiaans tot Thai of Chinees. In dezelfde categorie exoten rekent men hier ook het vegetarisch aanbod in Kloster Elisabeth in Schaan… Grappig detail: tijdens onze passage bij de lokale Italiaan bleek dat de uitbater uit Napoli afkomstig was. Toen de man hoorde dat wij uit België kwamen, weerklonk maar één naam: Grazie per Lukaku!
Cultuur op straat
Als je door de belangrijkste wandelstraat Städtle in Vaduz kuiert, kan je er eigenlijk niet naast kijken: kunstwerken van diverse slag sieren de openbare ruimte. Ze zijn beslist niet allemaal hoogstaand of pakkend, maar ze trekken wel de aandacht. Eentje kennen we vanuit Praag: de Trabant die op hoge benen wegwandelt, symboliseert de vlucht van zoveel Oost-Europeanen vanachter het toenmalige IJzeren Gordijn. Maar dat is intussen ook al 36 jaar geleden…
De architectuur van het nieuwe parlementsgebouw hier vlakbij springt ook in het oog. De (parttime) arbeidsplek van de 25 Landdagafgevaardigden doet aan een schuur denken, de architect noemt het een ‘tijdloze structuur van een huis met een stenen dak uit de bergen’. Duidelijk is alleszins dat men de moderniteit niet schuwt in de hoofdstad. Een eindje verderop bevindt zich het lokale kunstmuseum waar de Hilti Art Foundation een greep uit haar rijke collectie tentoonstelt. Hilti, bekend als producent van professioneel bouwmateriaal, heeft zijn hoofdzetel in het vorstendom en is een van de belangrijkste werkgevers ten lande. In hun kunstcollectie zitten topstukken van oude en moderne meesters.
Ook de vorsten van Liechtenstein hebben doorheen de eeuwen een indrukwekkende kunstcollectie verzameld. Daarvan kan je in de schatkamer (met onder andere Faubergé eieren en bijzondere postzegels) een glimp opvangen. Maar eigenlijk moet je naar Wenen om de parels uit hun verzameling te aanschouwen, inclusief werk uit de Lage Landen.
Hofkellerei
Die oude link tussen Oostenrijk en Liechtenstein komt ook op een andere manier tot uiting. Tot het patrimonium van de vorsten behoort ook een wijndomein -waarvan enkele hectaren wijngaard net buiten de hoofdstad zijn aangeplant met een eigen label!, de AOC Vaduz, “de overige 35 hectaren liggen in Neder-Oostenrijk. Daar produceren we vooral grüner veltliner en riesling, hier in Vaduz gaat het om pinot noir,” klinkt het.
Het hele gamma wijnen is best uitgebreid, merk ik in de Hofkellerei. Daar kan je terecht voor proeverijen, maar er zijn ook catering- en evenementsfaciliteiten. En, mocht u er aan twijfelen: het prinselijke wijnaanbod kan beslist concurreren met de betere Oostenrijkse cuvées.
De hofkelder is niet de enige wijnbouwfaciliteit ten lande. “Het is wel een van de weinige bedrijven die fulltime met wijnbouw bezig zijn,” luidt het bij de toeristische dienst. “Het gros van de wijnmakers zijn hobbyisten, en die vind je op diverse plekken. Maar we mogen best trots zijn op onze wijnen.”
WK-tegenstander
Toeval of niet, maar binnenkort zal u de interesse voor en het aantal artikels over Liechtenstein plots zien toenemen. De Rode Duivels hebben immers Liechtenstein als tegenstander geloot in de voorronde voor het wereldkampioenschap voetbal van 2026! Op 4september 2025 zal onze nationale voetbalploeg te gast zijn in het kleine stadion van Vaduz, de allereerste interland ooit tussen beide landen.
En verrassing, er blijkt een landgenoot actief te zijn als profvoetballer in het vorstendom: Jenthe Mertens, een jeugdproduct van Racing Genk en OH Leuven en ex-speler van SK Beveren, is sinds september 2024 actief bij FC Vaduz! Die club is wereldrecordhouder inzake winst in de Liechtensteiner bekercompetitie: ze wonnen die trofee in de naoorlogse geschiedenis al meer dan 50 keer. Vaduz komt uit in de Challenge League, de Zwitserse tweede klasse, en is ook actief in de (voorrondes van de) Europese Conference League.
Zelfs zonder raad van onze landgenoot moeten de Duivels de klus tegen het nummer 204 op de Fifa-ranking wel kunnen klaren. Maar laat deze sportieve clash vooral een gelegenheid zijn om zelf op verkenning te gaan in dit sympathieke vorstendom. (EB)
Praktisch:
Meer informatie over Liechtenstein vind je hier.
Met de lokale Erlebnispass kan je gratis naar de lokale musea en andere attracties, meerijden met het openbaar vervoer ed. Heel handig!
Over de Hofkellerei leest u hier meer.
Foto’s @ Travel Like A Pro































