Europese bestemmingen zijn – dit jaar nog meer dan anders- in trek voor de zomer. Travel Like A Pro herontdekte recent Sardinië, inclusief de zuidelijke eilanden Sant’Antioco en San Pietro én de Maddalena-archipel in het noordoosten. Dat deeltje van het vierde grootste eiland van de Middellandse Zee haalt ’s zomers wel eens het nieuws als jetsetbestemming. Maar Sardinië heeft beslist (veel) meer troeven in petto, zo ontdekken we persoonlijk…

 

Gespecialiseerde media, paparazzi en vliegtuigspotters weten het wel: tijdens de zomermaanden is het op de luchthaven van Olbia niet alleen druk om de vele vakantiegangers te ontvangen, dan landen ook tal van privéjets met (would-be)sterren die zich richting Costa Smerelda haasten. In de havens van Porto Cervo, Porto Rotondo en omstreken drummen privéjachten dan voor een (duur) plekje aan de aanlegsteigers.

Er bestaat ongetwijfeld een cliënteel en markt die de hier geldende immobiliënprijzen kan en wil betalen, maar de vraagprijs voor Villa Certosa (500 miljoen euro), de beruchte villa van wijlen Silvio Berlusconi en zijn bungabunga-feestjes, maakt snel duidelijk dat de doorsnee toerist hier niet echt het doelpubliek is. Voor kandidaatspotters: ook voor een doorsnee consumptie betaal je hier redelijk exorbitante prijzen…
Maar toegegeven, de grillige, gekartelde kustlijn van Noordoost-Sardinië met zijn fraaie baaitjes en turkooisblauwe wateren zijn een lust voor het oog en dragen zeker bij tot de notoriëteit van dit deeltje van het eiland.

Minder bekend: het sympathieke kerkje van Stella Maris in Porto Cervo kan pronken met een schilderij van El Greco, blijkbaar een gift van een rijke parochiaan. En in het centrum van Porto Rotondo stoot je voortdurend op foto’s van beroemdheden die zijn gepasseerd, zoals wijlen Lady Diana. Ook op en rond de noordelijker gelegen Maddalena-archipel pakken skippers graag uit met BV-lijstjes. Zo heeft de familie Guinness blijkbaar een optrekje op Spargi, had de weduwe van wijlen de sjah van Iran, Farah Diba, haar lievelingsstrand op Budelli en zijn in en rond Palau scènes uit The spy who loved me, de James Bondfilm met Roger Moore uit 1977, gedraaid.

 

Uitkijken over de archipel

Palau is ook onze bestemming. Niet om een Lotus zoals James Bond te ontvangen, wel om de levenslijn van de eilanden, een ferry van Delcomar, te nemen naar La Maddalena. De veerboten verbinden in goed 20 minuten Sardinië met de tot natuurpark uitgeroepen archipel. In het toeristisch seizoen varen de ferry’s zelfs de klok rond en kan het best druk worden.
Hoezeer de economie van de archipel in sterke mate afhankelijk is van toeristen -de school voor marine-onderofficieren en de beperkte visserijvloot hebben duidelijk aan belang ingeboet- blijven eilandbewoners een bijzonder fenomeen: dankbaar omdat je als bezoeker lokale zaken steunt, maar tegelijk ook gezond sceptisch tegenover wat we in wezen zijn, passanten.
Dit gezegd zijnde, op zowel La Maddalena als buureiland Caprera (beide zijn door een smal baantje verbonden) zijn, buiten de drukte van het toeristisch seizoen, rust en stilte alomtegenwoordig. Files zijn dan onbekend, net als verkeerslichten. Kleine baaien herbergen schaarse (ook privé)stranden, die bovendien vaak zijn afgezoomd door basaltrotsen wier vormen mede door de natuurelementen zijn gesculpteerd.

Rotsen en rust omgorden ook een van de toeristische trekpleisters van Caprera: het zogenaamde Witte Huis van vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi. Zijn woonhuis en sterfplek ligt verscholen tussen de bossen, en in de wijde omgeving kan je een hele reeks wandelingen maken.

Wij wagen ons aan de klim naar Monte Tejalone, met zo’n 212 meter het hoogste (uitkijk)punt op Caprera. Geen moeilijke klim, ware het niet dat we onderweg gefascineerd geraken door een troep steenbokken die zich over de alomtegenwoordige rotsen voortbewegen. Die vaak imposante blokken lijken lukraak in het landschap neergeplant en zijn door de natuurelementen gesculpteerd in de meest bizarre vormen.
Wat dat laatste betreft: heel bijzonder vonden we de loungezetel van waaruit je op Capo Testa perfect zicht hebt over de krijtrotsen van Zuid-Corsica. De steenbokken op Caprera laten het niet aan hun hart komen, ze klauteren onbezorgd over al die hindernissen…

 

Rallyparcours en vergezichten

Wie door Sardinië reist, merkt het al snel: voor fietsers vormt het heuvel- en bergachtige terrein, zeker in het binnenland, een forse uitdaging. Tijdens onze Giro di Sardegna zagen we sportievelingen zich met veel bravoure en inspanning over de pittige hellingen bewegen -veelal op de rijweg, bij gebrek aan fietspaden!
Motards daarentegen zullen met veel plezier hun rijskills testen op de bochtige tweebaanswegen die door het groene binnenland van Sardinië slingeren. Dat geldt bij uitbreiding ook voor rallyfanaten: Sardinië is dit jaar opnieuw het decor van een van de laatste WK-rally’s, met een parcours over smalle, snelle en bochtige wegen. Stippel zelf maar eens route uit, bijvoorbeeld naar het bergdorp Orgosolo (bekend om zijn muurschilderingen) of Atzara (waar een wolververij de moeite loont om te bezoeken) en je begrijpt het wel…

Zo’n uitdagende parcours staan vaak garant voor heel fraaie vergezichten, met achter elk bocht weer een nieuw zicht, zeker als ook de zon van de partij wil zijn. Tinten turkoois lichten her en der op als we langs de kusten van dit eiland laveren. De lagergelegen baaitjes en dito stranden tussen het kleurige Bosa en Alghero charmeren, maar we hebben beslist ook een boon voor de brede stranden van San Teodoro of de Costa Rei, vlakbij Villasimius in het uiterste zuidoosten.
Het blauw/turkoois van het water gaat hand in hand met een Sardijns palet van groen in het binnenland. Percelen wijnranken wisselen af met artisjokvelden, gele bloemetjes blijken overal te groeien en af en toe duiken ook langs de weg gestripte kurkeiken op. Weiden en lokale bossen maken het plaatje compleet.
Net als de basaltrotsen oogt het landschap bijwijlen ruig en ongepolijst, maar achter die ruw ogende bolster schuilt steevast een warm en vriendelijk karakter -prototypes van de Sardijnen die we hebben ontmoet.

 

Tradities

Nuraghe

Ruw, stilisch intrigerend maar ook mysterieus zijn omschrijvingen die evenzeer gelden voor de vele prehistorische sites en constructies die over heel Sardinië opduiken. Dergelijke nuraghe zijn vaak torens, bij uitbreiding plaatsen waar dorpen zich hebben ontwikkeld of sites die rond een (heilige) bron zijn opgebouwd. Historici en archeologen tasten nog steeds een beetje in het duister over de precieze betekenis en plaats van deze beschaving, maar wat wel vast staat: de nuraghe gaan terug tot de bronstijd, zijnde tot 1500 voor onze tijdrekening.
Hoe de vaak enorme bouwstenen, zonder cement!, tot torens van zo’n 20 meter hoog werden gebouwd, is ook voor wetenschappers, bij gebrek aan geschreven bronnen, nog steeds giswerk. Intrigerend zijn zulke sites en de kunstige voorwerpen die er zijn opgegraven absoluut wel. Bronzen krijgers- of priesterfiguurtjes, runderen, amorfe vruchtbaarheidssymbolen en -beeldjes: Sardinië’s archeologische musea in Sant’ Antioco, Sassari en Cagliari herbergen schatten waar we met grote ogen van verwondering naar staan te kijken, niks van begrijpen, maar intuïtief voel je dat de eilandbewoners 3000 jaar geleden verdomd knappe dingen hebben gemaakt.

 

streetart San Gavino Monreale

Evenzeer intrigerend zijn de evenementen die in de carnavalsperiode in Oristano en Santu Lussurgiu worden gehouden: optochten met paarden en gemaskerde figuren die door de stad paraderen of racen. In de hoofdstraat van Santu Lussudan rgiu wordt uit voorzorg een zandtapijt gestrooid zodat ruiters en paarden niet onderuitgaan op de kleine kasseitjes. Tradities, het is iets waarmee op Sardinië niet wordt gespot.
Dat laatste komt ook op een andere manier tot uiting. Zeker in het binnenland zijn tal van dorpsgevels versierd met taferelen/muurschilderingen die een ode aan het landelijke leven inhouden: de boer en zijn paard die het land bewerken, vrouwen in traditionele klederdracht, een muzikant… De openluchtmusea van Orgosolo, San Gavino Monreale of het door streetart ingepalmde dorp San Sperate (onder impuls van beeldhouwer Pinuccio Sciola) zijn mooie voorbeelden van hoe ogenschijnlijk saaie locaties extra cachet krijgen.

 

Eiland van ouderlingen

“Sardinië kampt met een demografisch probleem,” kregen we van een lokale gids in Sant’ Antioco te horen. “Enerzijds is de helft van de bevolking gepensioneerd, anderzijds trekken heel veel jongeren weg bij gebrek aan toekomstperspectieven. Onze mijnen zijn al lang gesloten, vandaar dat er ook Sardijnen eertijds naar onder meer België zijn getrokken.” Het klinkt inderdaad als een weinig rooskleurig scenario. Vooral in de regio Sulcis Iglesiente, in het zuidwesten, is de mijntraditie eeuwenoud. Koper, zilver en andere metalen zijn hier al sinds de Oudheid gedolven en ontgonnen.

Het is allicht geen toeval dat de kunstige archeologische vondsten van de nuraghe net op dit eiland zijn opgedoken. Sardinië heeft ook de Feniciërs, Puniërs, Carthagers en de Romeinen zien passeren, al zijn archeologische sites uit de Grieks-Romeinse tijd op één hand te tellen: Nora (bij Pula), de Antastempel en het verschrompelde amfitheater in Cagliari zijn wel boeiend, maar hun geringe aantal, zeker in vergelijking met de vele nuraghesites, geeft aan hoezeer Rome moeite had om dit rebelse eiland in de pas te laten lopen.
Verrassend: Sant’Antioco claimt ouder te zijn dan Rome. De (hoofd)stad van het gelijknamige eiland is door Feniciërs gesticht, inderdaad enkele decennia voor Rome het levenslicht heeft gezien. Wie meer over de geschiedenis van het stadje wil weten: het archeologisch museum is een van de betere op het eiland.

Sant’ Antioco dankt haar huidige naam trouwens aan een pelgrim uit hedendaags Mauretanië die de regio is komen kerstenen, leer ik hier. Onder de basiliek gewijd aan de heilige kan je op wandel door een hele necropolis met eeuwenoude graven.

Even verderop is ook een bezoek aan het atelier van Chiara Vigo een aanrader. De dame, intussen 72, is naar verluidt de enige overgebleven maestra del bisso. Bisso of zeezijde is afkomstig van reuzenmossels, is vederlicht, maar vereist engelengeduld en megaveel tijd om er spinklare draad van te maken. Als het eindresultaat bovendien goudkleurig oogt, voel je meteen: aan dit product kan niet anders dan een fors prijskaartje hangen. Helaas en jammer voor souvenirjagers, haar werk verkopen staat niet in mevrouw haar catalogus. Maar haar demonstratie ontlokt bij bezoekers steevast wauws, en groot respect voor haar vakkennis en toegewijdheid. Zelfs pausen tonen bewondering voor de door haar bewerkte zeezijde…

 

Immigranten

Ook buureiland San Pietro heeft een bijzonder verhaal in petto. Op de promenade van Carloforte staat een standbeeld van Carlo-Emanuele, hertog van Savoye, als dank voor diens beslissing om Genuese kolonisten hier onderdak te geven. De Genuezen bevolkten sinds de 16e eeuw het eiland Tabarka voor de Tunesische kust, maar waren op zoek naar een nieuwe bestemming. Het lokale dialect bevat blijkbaar oud-Ligurische elementen, en ook de keuken is een mix van Genua, Noord-Afrika …en tonijn.

San Pietro ligt immers op de route die deze zilveren vissen volgen op weg naar hun paaigronden. De ‘mattanza’ waarbij blauwvintonijnen in het voorjaar worden gevangen en afgeslacht, is een bloederig spektakel, maar hier evenzeer big business. Veel van de hier gevangen tonijnen gaan rechtstreeks richting Japan, de rest belandt op lokale menukaarten.
Opvallend: net zoals Sant’ Antioco en La Maddalena oogt San Pietro heel rustig buiten het toeristisch seizoen. “We werken allebei tijdens het seizoen, dan wordt ons eiland overspoeld door toeristen en bezoekers,” krijg ik met een veelzeggende blik te horen in onze b&b. Die vakantiegangers zijn voor tal van locals allicht een levenslijn die hen toelaat om een groot deel van het jaar te genieten van relatieve peis en vree.

 

Zo hebben wij Sardinië en zijn eilanden ook ervaren: als een uitermate vredige bestemming waar je veel ontdekkingen kan doen, niet enkel cultuurhistorisch en qua natuur, maar ook op het culinaire vlak. Hier hebben we onder meer zeeraaf ontdekt, lokale pasta’s en porcheddu die smelt op je tong. De lokale kwaliteitswijnen, op basis van de vermentinodruif (wit) en cannonau (rood), waren al evenzeer een ontdekking. Tijdens een van onze proeverijen bleken vier Vlamingen de wijnbar van uitbater Sandro in Sant’ Antioco te bevolken… Verbroederen met lokale producten, meer moet dat niet zijn, toch?

 

 

Fiamminghi?

Het brengt ons bij een laatste, minder bekend aspect van Sardinië. Als sporenzoeker zijn we altijd wel benieuwd naar mogelijke Belgische connecties ter bestemming. Zo blijkt in de mijnregio (ten noorden van Carbonia) de voorloper van Umicore, Vieille Montagne, tot in de jaren 1940 meerdere mijnen te hebben gerund. In Porto Flavia kan je de oude mijn zelfs bezoeken. En ten noorden van Alghero, in Argentiera, waren Belgische investeerders betrokken bij de extractie van lood en zilver.

Triptiek kathedraal Cagliari Rogier van der Weyden

Enkele musea in Noordwest-Sardinië pakken uit met enkele fiamminghikunstenaars in hun collecties: de Galleria Spano in Ploaghe (Paul Coecke), de Pinacoteca Nazionale in Sassari (Jan Gossaert en anderen) en ook de romaanse Basilica San Gavino in Porto Torres (Francisco di Castello) is beslist het bezoeken waard. In hoofdstad Cagliari hangt met een triptiek van Rogier van der Weyden (uit de pauselijke collecties!) in het museum van de kathedraal, en in de barokke San Michelekerk staat een marmeren platform dat keizer Karel tijdens zijn passage in deze stad toeliet om de mis te volgen. Cagliari was het bruggenhoofd voor een strafexpeditie tegen de Ottomanen en piraten van Tunis.

Sportieve passanten zoals Rik Van Looy en Eddy Merckx staan geboekstaafd als meervoudige winnaars van de Giro di Sardegna, een rittenkoers die eertijds op het eiland gereden werd. De voormalige Rode Duivels Luis Oliveira en Radja Nainggolan droegen het shirt van de Rossoblù van Cagliari.
Last but not least: een van de mooiere strandbaaien van zuidoost-Sardinië, de Costa Rei, blijkt ontwikkeld te zijn door een Antwerpenaar die zijn hart verpand aan dit eiland. Hij is niet de enige buitenlander die voor de Sardijnse charmes is gevallen… (EB)

Basilica San Gavino PortoTorres

Meerdere Belgische touroperators en reisagentschappen hebben reisformules naar Sardinië in de aanbieding.

Foto’s @ TLAP