Het nieuwste VOS Travel-fietsprogramma in Zuid-Tirol is niet alleen een uitdaging, maar vooral een ontdekking. Gewapend met een hippe e-bike mocht Travel Express Benelux/Travel Like A Pro enkele dagen op verkenning gaan in en rond het Pustertal, een van de vele valleien in deze regio waar Duits, Italiaans en Ladinisch de voertalen zijn, gletsjerman Ötzi nog steeds veel belangstellenden trekt en het goede leven met brio gevierd en beleefd wordt.
Zuid-Tirol ligt dankzij Skyalps maar goed anderhalf uur verwijderd van Antwerpen. Het turboproptoestel zet ons vanuit Antwerp Airport behouden neer aan de kleine luchthaven van de provinciehoofdstad van Zuid-Tirol (‘Alto Adige’ in het Italiaans), Bozen of Bolzano. Op de staat- en taalkundige bijzonderheden van de noordelijkste regio van Italië komen we later terug, we haasten ons eerst naar een publiekstrekker alhier: meneer Ötzi, de ‘gletsjerman’ die in 1991 door bergwandelaars is gevonden. Hij is de absolute blikvanger van het lokale archeologisch museum in de Museumstrasse: twee van de drie verdiepingen zijn aan (het onderzoek naar) hem gewijd.

Hoezeer we ook gefascineerd zijn, de aanblik van de mummie voelt vreemd aan. Je kijkt (of gluurt?) door een klein venstertje naar de stoffelijke resten van een ineengekrompen figuur van meer dan 5000 jaar oud. Op zijn strakke, donkerbruine huid ontwaar je schrammen en plekken, zijn linkerarm ligt onnatuurlijk over zijn andere schouder geslagen.
Doorheen de jaren hebben wetenschappelijke onderzoeken en extra archeologische vondsten veel geheimen over Ötzi onthuld, melden de uitlegpanelen. Het resultaat is een fascinerend geheel aan weetjes: over zijn tattoos, teruggevonden kledingresten tot de fatale pijlpuntwonde in zijn schouder. En de nieuwsgierigheid naar onze voorouder is blijkbaar niet gering: meer dan 6,5 miljoen jonge en oudere bezoekers zijn ons sinds de opening van het museum in 1998 voorgegaan. Zelfs vandaag staan geregeld nog lange wachtrijen voor de deur.
Met trein, bus of de fiets
Via de overdekte winkelgalerijen of Lauben trekken we richting station. Zuid-Tirol heeft immers een flinke troef: bezoekers en gasten met een Südtiroler Guestpass kunnen gratis van het uitgebreide, lokale openbaarvervoersnet gebruikmaken. En met trein en bus geraken we naadloos op onze uitvalsbasis voor de komende dagen, Hotel Reischach in het gelijknamige dorp, op wandelafstand van de skilift naar de bekende Kronplatz.
Net zoals het provinciebestuur inzet op bus en trein heeft men met de beschikbare budgetten doelbewust gekozen om het lokale slow tourism te stimuleren. Fietsers en wandelaars vinden hier een uitgebreid netwerk aan fiets- en wandelpaden, van zachtlopend tot pittige kuitenbijters, zowel geasfalteerd als gravelwegels. In Zuid-Tirol hebben ze geen knooppuntensysteem, maar GR-borden of pictogrammen maken duidelijk waar je heen moet. Ook het roadboek of in ons geval Roby Devlies, kenner van de regio en ontwerper van de VOS-fietsroutes alhier, maken dat we perfect gegidst worden langs mooie, interessante en idyllische plekjes.
Stop één is evenwel het fietsverhuurkantoor van Papin in Bruneck/Brunico in het dal. Dit bedrijf heeft op tal van plaatsen in de regio kantoren waar je terechtkan voor problemen, raad en uiteraard een tweewieler. De voorziene Cube touring-e-bike is in deze omgeving geen overbodige luxe, blijkt al snel. We volgen in deze het voorbeeld van de locals: jong en oud fietsen hier met een e-bike. Bij de klim uit het dal van Bruneck naar Reischach (met hellingen van rond tien procent) ervaren we meteen het nut van de versnellingen eco-sport-auto-turbo -al passeren we onderweg ook dames en heren wier racefietsen zo kunnen meerijden in wielerpelotons.
De uitgetekende VOS-fietsroutes verkennen de Pustervallei in diverse windrichtingen, telkens goed voor dagritten van 40 à 60 km. Westwaarts gaat het richting Mühlbach en Spinges, je kan naar Sand in Taufers in het noorden, in het noordoosten ligt de Antholzersee, en twee etappes hebben het zuid(oost)en als doel: naar de Pragser Wildsee en het mondaine skioord Cortina d’Ampezzo.
Authentiek
Tijdens onze verkorte kennismaking met de regio noteerden we wel enthousiaste reacties van trouwe VOS-klanten in Reischach. “Vrienden vonden onze keuze voor Zuid-Tirol verrassend of zelfs gek, ‘die bergen hè.’ Maar dit zijn stuk voor stuk mooie en aangename routes. Als je dat kan combineren met een goed hotel met een prima keuken krijgt Zuid-Tirol echt meerwaarde.”
Ook Tom Hoornaert van VOS Travel klonk met de dag enthousiaster: “Ik kom al heel lang naar Zuid-Tirol, maar op deze manier ontdek je een bekende regio toch weer op een andere manier. De kleine maar kraaknette dorpjes, de volkse boerenkeuken, de stilte, maar evenzeer dat je onderweg kan opgehouden worden door een kudde overstekende koeien met grote koebellen om hun nek of een praatje kan maken met locals voelt zo fijn en autentiek.”
Pauselijke roots en oorlogsslachtoffers
We kijken vooral onze ogen uit en luisteren aandachtig naar wat routinier Roby aan terreinkennis over ons uitstrooit.
Aan de kerk van Mühlbach, op de westelijke route, prijkt een klein monumentje dat verwijst naar de roots van wijlen paus Benedictus XVI. Blijkbaar is hier de moeder van Jozef Ratzinger geboren. Dat had onderzoek van de doopregisters door de lokale pastoor duidelijk gemaakt. Alleen: oma Ratzinger was bij de geboorte van haar dochter niet getrouwd (geen ongewoon gegeven in de 19e eeuw). Dat de paus afstamde van een vrouw wier moeder ongehuwd was geweest, was evenwel een probleem voor het Vaticaan -zeker als diezelfde meneer Ratzinger moest toezien op de ‘juiste geloofslijn’. De biografie van paus Ratzinger kreeg aldus een ‘update’: zijn mama bleek plots getrouwd en verhuisd naar Mühlbach in Beieren -waar de latere paus in een eerbiedwaardig christelijk gezin het levenslicht zag.
In oostelijke richting stootten we evenzeer op een bijzonder lokaal fenomeen. Een pauze aan de begraafplaats van Mittelolang is voor Tom een gedroomde gelegenheid om zijn interesse en passie voor Wereldoorlog I te cultiveren. Het front in de Westhoek en Noord-Frankrijk had immers een voor veel noorderlingen onbekende tegenhanger: Italianen en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk vochten in de Dolomieten een verwoede en genadeloze strijd uit. De plaatselijke kerkhoven liggen vol met oorlogsslachtoffers, vaak Gebirgsjäger, maar evenzeer gasten die hun inzet aan het Russische front met hun leven hebben betaald. Dat is ook het geval op het Heldenfriedhof Nasswand, voorbij Toblach, tijdens de rit naar Cortina. Daar ligt trouwens een landgenoot begraven!
Turkooise meer
De verschillende deelgemeenten Olang vormen een opstap richting Welsberg en de Pragser Wildsee. Die opstap mag je best letterlijk nemen: de laatste kilometers klimmen we naar 1500 meter. Enige turbohulp is dus welkom, weliswaar met Roby’s raad in het achterhoofd: Niet forceren, rij je eigen tempo en we wachten boven wel. Naarmate de hoogtemeters stijgen, groeit ook de drukte. De parkings staan aardig vol. Nogmaals Roby: “In de zomer laat je je wagen best achter, dan zijn alle parkings hopeloos volgeboekt. Dan is de bus de beste manier om het meer te komen bekijken.”
Dit idyllische binnenmeer (in het Italiaans ‘Lago di Braies’) heeft ooit als decor gediend voor een tv-film op de RAI en is daardoor megaberoemd geworden. Zelfs buiten seizoen worden hier bussen vol (ook Aziatische) toeristen gedropt aan dit stukje werelderfgoed en is het drummen voor een Instagramkiekje.
Het waterpeil van dit diepturkooise meer is flink gezakt, merkt Roby op. Tot het laagste peil sinds een halve eeuw, krijgen we te horen in de shop. (Te) weinig smeltwater, luidt het. Of moeten we de oorzaak voor het geringe waterpeil eerder zoeken bij klimaatopwarming? Feit is alleszins dat dit een wondermooie plek is… die iedere bezoeker van de regio blijkbaar op zijn of haar verlanglijstje heeft staan. En zo maken we het met zijn allen toch superdruk.
Zomerse Mahler
Wie klimmen zegt, krijgt ook het omgekeerde voor de wielen geschoven. In de afdaling van de Pragser Wildsee is trappen overbodige luxe, we halen naadloos flinke snelheden. Maar we ruilen even later weer de rijbaan voor een van de ‘cyclable paths’ die fietsen hier best aangenaam maken. Brede, maar niet geheel verkeersarme, wegen, zacht glooiend in de valleien, maar soms met nijdige klimmetjes die je doen grijpen naar extra e-power.
Extra Foto fietsen
De eindklim naar de Wildsee of Spinges, maar ook een 1500 meter hoge pas richting Cortina d’Ampezzo vormen aldus een uitdaging -al krijg je voor dat soort inspanningen ook fraais terug: zicht op een van de Dolomietensymbolen, de Drei Zinnen, drie indrukwekkende rotstorens, of op twee andere binnenmeren: de Toblacher- en Dürrensee. Zuid-Tirol paait met idyllische landschappen, moeten we al snel erkennen.
In Toblach/Dobbiaco trekt een groot complex achter het station onze aandacht: het Grand Hotel en aanpalende concertzaal is de thuisbasis van de Gustav Mahler Musikwochen. De componist heeft in zijn laatste levensjaren in de buurt de zomers met zijn gezin doorgebracht en hij heeft hier naar verluidt een aantal van zijn bekendste werken en symfonieën gecomponeerd. Ook in het dorp is zijn passage vereeuwigd: in de schaduw van de barokke kerk staat een standbeeld van de musicus.
Busreis naar Ladinia
Mahler was naar verluidt iemand die tijdens zijn vakanties veel en graag ging zwemmen en niet opzag tegen een fikse wandeling. Ook wij willen maar wat graag verder op verkenning, zeker nadat we ontdekt hebben dat op een boogscheut van het Pustertal een ons voorheen onbekend land blijkt te liggen: Ladinië of Ladinia.
Land is misschien een wat zware term voor een erkende taalgemeenschap die voorkomt in enkele valleien in Oost-Zwitserland, in Zuid-Tirol en Trento, en ook in Friuli. Het Ladinisch gaat als taal terug op het volkslatijn en Reto-Romaans en vertoont weinig gelijkenissen met de hier dominante talen Duits en Italiaans. Dat laatste wordt wel zonneklaar als we een gidsje op de kop kunnen tikken in het museum over deze Ladinocultuur (in San Martino in Badia). “In een vijftal valleien, ruwweg ten noordoosten van Bolzano richting Cortina en bezuiden Bruneck, spreken nog zo’n 30.000 mensen Ladinisch. Maar elke vallei heeft specifieke eigen woorden.” Het gegeven prikkelt mijn nieuwsgierigheid mateloos, tot verbazing van locals. Op stap in een niet-bestaand land met een eigen vlag (blauw-wit-groen) en een taal waar ik nog nooit van had gehoord? Daar willen we meer over weten en zien.
Een regiobus laveert ons de Gadervallei/Val Badia in. De weg is niet breed, auto’s moeten geregeld vertragen voor bochten, langs de baan loopt een kolkend riviertje. Als het landschap zich een beetje meer opent, duiken groene weiden en allerlei Dolomietencols op, schijnbaar het ideale decor voor bergritten in de Giro. Maar net die moeilijke toegang, zeker in vorige millenia waar de mobiliteit van de mens veel beperkter was, heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen om deze bijzondere dialecten te bewaren.
Lang geleden werd Ladinisch zelfs gesproken van de Donau tot het Gardameer en van de Gotthard tot aan de Adriatische Zee, lezen we in onze gids. Anno vandaag is de taal officieel erkend in de provincie Zuid-Tirol, in de aanpalende provincies Belluno (regio Veneto) en Trento is het aantal sprekers geringer. Oostelijker genieten het Friulisch en in Zwitserland het Reto-Romaans eveneens een bijzondere status.
Het museum in de burcht boven het dorpje San Martino geeft ons extra inkijk in die Ladinische cultuur. Het landelijke karakter heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat in deze valleien een grote traditie bestaat van houtsnijwerk, popjes en houten speelgoed maken (zoals nog steeds in Val Gardena). Ook schrijnmakerij, gevelschilders en edelsmeedwerk (zoals in Cortina) werden en worden nog steeds beoefend.
Mijn verbazing wordt nog groter als in de cultuursectie gesteld wordt dat muziekproducer Giorgio Moroder (die van de disco) en kunstenaar Gilbert Prousch (van het moderne kunstenaarsduo Gilbert & George) uit Ladinië afkomstig zijn! Met deze nieuw vergaarde kennis krijgen lokale plaatsnamen, hier geafficheerd op drietalige! verkeersborden, als bijvoorbeeld Anpezo (Hayden/Cortina d’Ampezzo), Urtijëi (St.Ulrich in Gröden/Ortisei), Fodom (Buchenstein/Livinallongo del Col di Lana) of Corvara (Kurfar) plots een nieuwe dimensie.
In ‘downtown’ Corvara zien we voor het eerst de Ladinische vlag wapperen. Er rest ons, helaas, te weinig tijd om vanuit Corvara onze ‘Giro de Ladinia’ te voltooien en typische passen in het lokale heartland zoals Grödner Joch, Sellajoch, Passo Pordoi, Arraba en Passo Campolongo te aanschouwen. Maar de kiem is beslist gelegd voor verdere exploraties…
Goede leven
Op de terugrit geraken we aan de babbel met een Duitstalige oma. Ze is hoogst verbaasd dat ik Ladinië niet kende, maar zelf vindt ze het taaltje maar niks. Dat hebben we nog gehoord: “Van dat Ladinisch verstaan we niks. Als we elk onze taal spreken, wordt het een dovemansgesprek.”
Waar de drie gemeenschappen mekaar wel naadloos vinden, is de kunst van het goede leven. Cappucino, speck, liefde voor lokale producten en een gezonde volkskeuken, overgoten met een bloeiende wijncultuur: Zuid-Tirol is ook op dat vlak een mooie ontdekking. Toevallig hoorden we onlangs Jeroen Meus de lokale wijnen bestoefen. De rit van Bolzano naar Brixen door het Talfertal waar wijnranken de bergflanken groen doen kleuren, maakt ons benieuwd naar degustaties van die veredelde druivensappen. U zal terzake niet teleurgesteld worden: de wijnkaart van Hotel Reischach biedt een ruime keuze aan lokale wijntjes, inclusief de stevige rode druif Lagrein.
Conclusie: Zuid-Tirol op twee wielen en aan tafel verbaast, charmeert en… vraagt om een herkansing. Auf Wiedersehen, arrivederci, assudëi! (EB)
Praktisch:
Wij waren te gast en mochten proeven van het nieuwe Zuid-Tiroler fietsprogramma van VOS Travel:
Wij vlogen met Skyalps van Deurne naar Bolzano en terug. Zij verbinden beide luchthavens 2x per week.
Alle nuttige info over de regio, ook over de openbaarvervoerpas, vind je hier: www.suedtirol.info


































