Als eerste land in Azië verbiedt Indonesië vanaf nu alle ritjes op olifanten. Wat jarenlang een populaire toeristische attractie was, verdwijnt in het land daarmee definitief van de kaart, tot grote opluchting van dierenorganisaties wereldwijd.

Het verbod, dat in december werd aangekondigd, is deze maand officieel van kracht gegaan in alle erkende toeristische en dierenbeschermingscentra.
Dierenrechtenorganisaties wereldwijd vroegen hier al jaren om. Achter het exotische plaatje van een olifantenritje gaat immers vaak een harde realiteit schuil: dieren die worden vastgeketend, geïsoleerd en onder dwang getraind. Volgens organisatie PETA, dat de beslissing toejuicht, is het verbod dan ook een noodzakelijke stap richting verantwoorder toerisme. De organisatie roept andere landen in de regio — waaronder Thailand, Nepal en India — op om het Indonesische voorbeeld te volgen.
Strikte handhaving
Dat de nieuwe regels strikt worden gehandhaafd, bleek recent in Bali. Een privécentrum dat het verbod negeerde, kreeg al 2 officiële waarschuwingen en riskeert nu intrekking van haar vergunning. De boodschap is dus duidelijk: geen uitzonderingen, ook niet in toeristische hotspots zoals bv op het populaire eiland Bali.
De maatregel komt op een cruciaal moment voor de Sumatraanse olifant. Door ontbossing, stroperij en conflicten met de mens is hun aantal sinds de jaren tachtig gehalveerd. Vandaag zouden er nog slechts 2.400 tot 2.800 exemplaren rondlopen.
Alternatieven
Veel toeristische parken in Azië bieden ook al jaren de zogenaamde “elephant bathing” aan: toeristen krijgen daarbij een borstel of spons om een olifant te helpen schrobben terwijl het dier in ondiep water staat. Hoewel deze toeristische activiteit niet in het verbod opgenomen is en dit soort ervaringen vriendelijker lijken dan een ritje op de rug van een olifant, waarschuwen dierenrechtenorganisaties ervoor dat ook deze activiteiten vaak niet ethisch verantwoord zijn wanneer de olifanten speciaal zijn getraind om menselijk contact te tolereren in plaats van hun natuurlijke gedrag te volgen.
Indonesië wil dan ook vooral alternatieven stimuleren zoals observatie in natuurlijke habitats en educatieve opvangcentra zonder direct contact.

































