Het toerisme in België boomt. Belgische vakantieverblijven registreerden vorig jaar samen ruim 46,1 miljoen overnachtingen, bijna 1,3 miljoen of 2,9% meer dan een jaar eerder. Daarmee ligt het aantal overnachtingen niet alleen opnieuw ruim boven het niveau van voor de coronacrisis, ook achter de recordcijfers tekenen zich enkele opvallende verschuivingen af. Hotels blijven veruit de belangrijkste accommodatievorm, maar vooral campings zitten stevig in de lift.
In totaal werden in 2025 precies 46.136.112 overnachtingen geregistreerd in de Belgische toeristische accommodaties. Ter vergelijking: in het coronajaar 2020 zakte dat aantal nog tot amper 20,2 miljoen. Na een krachtig herstel in 2021 en 2022 stabiliseerde de groei enigszins, maar in 2025 schakelde de sector opnieuw een versnelling hoger.
Hotels blijven met voorsprong nummer één
Wie in België op vakantie of citytrip gaat, kiest nog altijd het vaakst voor een hotel. Hotels waren in 2025 goed voor 46% van alle geregistreerde overnachtingen en zagen hun aantal overnachtingen nog eens met 2,4% toenemen.
Op de tweede plaats staan gîtes, vakantiewoningen en vakantieappartementen. Samen vertegenwoordigen zij 17 procent van alle overnachtingen. Daarmee blijft de klassieke vakantiewoning een belangrijke pijler van het Belgische verblijfstoerisme, zeker in regio’s waar natuur- en plattelandstoerisme een grote rol spelen.
De grootste groeier vinden we echter bij een andere accommodatievorm. Kampeerterreinen en terreinen voor caravans zagen het aantal overnachtingen in één jaar tijd met maar liefst 10,5% toenemen tot 3.741.216.
Die groei staat bovendien niet op zichzelf. Kamperen wint al verschillende jaren aan populariteit. Sinds 2023 groeit het aantal overnachtingen op campings gemiddeld met 4,5% per jaar. Dat is bijna dubbel zo snel als de gemiddelde jaarlijkse groei van 2,4% voor de toeristische accommodatiesector in zijn geheel.
Wallonië maakt opvallende comeback
Ook geografisch zijn er grote verschillen. Vlaanderen blijft met ruime voorsprong de belangrijkste toeristische regio van het land en is goed voor 63 procent van alle overnachtingen. Wallonië volgt met 21 procent, terwijl het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 16 procent voor zijn rekening neemt.
De sterkste groei kwam in 2025 echter uit Wallonië. Daar steeg het aantal overnachtingen met 6,9%, een opvallende ommekeer nadat in 2024 nog een daling van 3,1% werd genoteerd.
Vlaanderen zette zijn groei voort, zij het met een beperktere stijging van 2,1%. Brussel kende eveneens groei, maar zag het tempo duidelijk vertragen: na een stijging met 3,4% in 2024 kwamen er in 2025 nog 0,7% overnachtingen bij.
Luxemburg en Antwerpen zijn de grote winnaars
Nog opvallender worden de verschillen wanneer naar de provincies wordt gekeken. De provincie Luxemburg kende met 12,2% de grootste procentuele groei van het land en kwam uit op ruim 3,4 miljoen overnachtingen.
Ook Antwerpen kende een bijzonder sterk jaar. Het aantal overnachtingen nam er met 10,2% toe tot bijna 6,2 miljoen. Vlaams-Brabant (+5,6%), Oost-Vlaanderen (+5,3%) en Luik (+5,2%) boekten eveneens een stevige vooruitgang.
Niet overal gingen de cijfers omhoog. West-Vlaanderen, traditioneel een toeristische sterkhouder dankzij onder meer de Belgische kust en Brugge, zag het aantal overnachtingen met 1,4% afnemen. Toch blijft de provincie met bijna 12 miljoen overnachtingen met ruime voorsprong de grootste toeristische provincie van België.
Ook Limburg kende een lichte terugval. Daar daalde het aantal overnachtingen met 1,8% tot iets meer dan 5 miljoen.
Buitenlandse toerist vindt België steeds beter
Een andere belangrijke motor achter het recordjaar is de buitenlandse bezoeker. Het aantal overnachtingen door buitenlandse toeristen steeg in 2025 met 4%. Dat is sterker dan de groei van het totale aantal overnachtingen in België.
Vooral de buurlanden blijven daarbij belangrijk. Nederlanders, Duitsers en Fransen behoren tot de voornaamste buitenlandse bezoekers en zorgen voor een belangrijk deel van de internationale overnachtingen.
De cijfers tonen zo een Belgische toeristische sector die niet alleen volledig hersteld is van de coronajaren, maar ook verder groeit.

































