Wie met het vliegtuig op reis gaat, betaalt deze maand in ons land gemiddeld 25,9% meer voor zijn of haar vliegtuigticket dan voor datzelfde ticket in december vorig jaar. Dat blijkt uit de cijfers van het officiële Belgische Statistiekbureau Statbel.
Vliegtuigtickets zijn namelijk één van de producten/diensten waarvan de prijsevolutie wordt meegenomen in de berekening van de Belgische consumptieprijsindex (CPI) en dus ook in de spilindex, die nu overschreden is.
Verschillende factoren

Deze toch wel stevige prijsverhoging van vliegtuigtickets valt te verklaren door verschillende factoren. Enerzijds kampt de luchtvaartsector met hogere operationele kosten doordat lonen, onderhoud, luchthavenkosten en andere vaste uitgaven stijgen door inflatie. Daarnaast maken (geplande) belastingverhogingen en luchtvaartgerelateerde taksen (zoals de Belgische vliegticketbelasting) tickets ook steeds duurder. Luchtvaartmaatschappijen zijn genoodzaakt deze hogere kosten door te rekenen naar de reiziger in hun ticketprijzen.
Tenslotte is – ondanks het aantal passagiers blijft stijgen- de capaciteit in sommige reissegmenten nog niet volledig hersteld naar pre-pandemische niveaus. Hierdoor blijft de vraag naar tickets op bepaalde vluchtlijnen vaak hoger dan het aanbod, wat de prijzen ook verhoogt.
Bijna 79% duurder op 3 jaar tijd
In 2023 kende de vliegticketprijzen ook al een stevige prijsverhoging. Ten opzichte van 2022 werden ze toen maar liefst gemiddeld 42% duurder (cijfers Statbel). En dat betekent dat we vandaag gemiddeld ongeveer 79% meer betalen voor een vliegticket dan eind 2022.






























